He krijg je ze mee?
Hoe krijg je ze mee?, A. Mars
In het boek “Hoe krijg ik ze mee” van Mars, staat de auteur stil bij de vraag hoe individuen gewonnen kunnen worden voor een op handen zijnde verandering. Zijn concrete antwoord luidt: door ervoor te zorgen dat deze individuen zich verbinden met die verandering. Met andere woorden: individuen ontwikkelen een intrinsieke motivatie tot veranderen in de gewenste richting.
Mensen ontwikkelen de genoemde verbinding via een aantal fasen. Allereerst wordt de verandering ontkend door hem simpelweg te negeren. In de tweede fase ontstaat weerstand. De derde fase kenmerkt zich door zelfonderzoek waarbij gekeken wordt wat de verandering voor het individu zelf betekent. In de laatste fase ontstaat verbinding omdat vragen en behoeften van het individu in voldoende mate zijn voldaan.
Om de eerder genoemde verbinding te krijgen en weerstand door te werken, kan een verandermanager vijf krachten inzetten: urgentie, planning, interactie, leiderschap en ambitie.
De auteur onderscheidt een aantal manieren van veranderen (Mars 2008: 19). Plichtsgedreven veranderen komt voort uit een verandering die start als een plicht. Deze veranderwijze is problematisch omdat de achterliggende reden vaak niet bekend wordt gemaakt. Wensgedreven veranderingen zijn veranderingen waar een wens of een doel aan ten grondslag ligt. Hier wordt vaak het onderliggende probleem niet duidelijk. Tot slot is een probleem gedreven verandering een verandering die het onderliggende probleem benoemt en van prioriteit voorziet. Probleemgedreven veranderen krijgt volgens de auteur mensen mee.
Ook Mars stelt net als veel van de andere auteurs dat de veranderstrategie gekozen moet worden bij de betreffende situatie. Mars noemt vier veranderstrategieën die op elk hun eigen wijze voor verbinding zorgen. In figuur 3-20 worden deze veranderstrategieën weergegeven.
** figuur 48 **
Figuur 3?20 Mogelijke veranderstrategieën
Mars stelt dat een combinatie van de weten en moeten strategie goed werkt. De leren en ontdekken strategie werkt volgens Mars alleen als de doelgroep in de zelfonderzoek fase van het verbindingsproces zit.
Mars geeft tot slot nog enkele tips met betrekking tot de projectleider die de verandering tot stand moet brengen. Ten eerste pleit hij voor een projectleider met voldoende ervaring en tijd om het proces aan te sturen. Ten tweede moet de projectleider naast het inhoudelijke werk rond de besturing van de verandering ook de coördinatie op zich nemen met betrekking tot de uit te voeren interactie. Het management is echter verantwoordelijk voor de interactie. Hier zie ik een parallel met de stelling van Mastenbroek die bij het veranderen meer verantwoordelijkheid in lijnorganisatie wil beleggen.
Aanrader om te bekijken Projectmatig creëren of Managen van transities.
